De twee meest interessante juridische discussies in de kluseconomie | Waarom het Uber model altijd onder druk zal blijven staan | Hospes 2.0 via een platform | Public Spaces: mijn gedachten over dit initiatief

Goedemorgen! Wat ik het leukst vind aan hetgeen dat ik doe is dat ik midden tussen alle stakeholders in de discussie sta en hierdoor steeds weer vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken mag verkennen. Kenmerkend hiervoor is dat ik afgelopen donderdag op één dag een keynote over de kluseconomie mocht geven bij FNV Horeca én bij een payroll organisatie. Wat denk ik nog te weinig wordt beseft is dat iedereen vanuit zijn of haar rol dezelfde ambities aan het nastreven is. Ieder via zijn of haar eigen weg. En we dus veel meer met elkaar in gesprek moeten gaan.

Dat gesprek zie ik wel steeds meer van de grond komen. Ik zelf zal daar aan bijdragen door dit jaar 3 ronde tafels te organiseren rondom status aanbieder, portabiliteit van reputatie data en transparantie van algoritmes. Bij deze de stok achter de deur gecreëerd om dat ook écht te gaan doen 😉

In deze editie weer 5 mooie stukken verzameld én 3 publicaties op een rij (AD, Elsevier en De Standaard) waar ik zelf een bijdrage aan mocht leveren. Fijne week!


Future of Work Commission Urges Bargaining Rights for Digital Platform Workers | AFL-CIO

De ILO (International Labor Organisation) publiceerde afgelopen week een interessante toekomstvisie over de toekomst van werk. En dan vooral (niet verrassend) over voorwaarden voor een meer gelijke (of minder ongelijke) arbeidsmarkt. Ook zij pleitten, net als steeds meer andere stakeholders hier in Nederland, voor “universal labor guarantee to ensure that all workers, regardless of whether they are treated as employees or independent contractors”.

Veel voorstellen gaan over aanpassingen in het recht. Ik zie steeds meer juristen aanhaken bij de kluseconomie. Niet alleen vanuit een business perspectief, maar ook omdat de kluseconomie voor heel interessante discussies en vraagstukken zorgt. De focus van de discussies ligt voornamelijk op twee onderwerpen: status aanbieder en mededingingsrecht.

Status aanbieder

Dit is natuurlijk geen verrassing. Er zullen nog veel rechtszaken volgen. Maar ik hoop vooral dat er goed wordt nagedacht hoe we het e.e.a. goed gaan inrichten waar zowel aan de (veranderende) wensen van de werkenden als met de borging van onze collectieve voorzieningen rekening wordt gehouden. Vanuit de Kamer is de commissie Borstlap bijeengebracht om hier over na te denken. Een goede start, maar ik hoop dat deze discussie binnenkort nog breder en vertical overstijgend gaat worden gevoerd. En dat er meer onderzoek komt. Veel meer onderzoek. Omdat veel discussies nu worden overstemd door de politieke agenda, een gebrek aan kennis, een gebrek aan een multi stakeholder perspectief én een gebrek aan feiten. En hoe gaan we de toekomst van werk en samenleving inrichten wanneer we niet goed weten waar we het over hebben? Juist: onderzoek. En ook (even off-topic): het besef dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet voor niet sloot ik mijn presentatie bij FNV Horeca af met een boodschap: “Het is de verantwoordelijkheid van ALLE stakeholders om te onderzoeken en te ontdekken hoe de platformeconomie voor iedereen gaat werken”.

Mededingingsrecht

Ik had nooit gedacht mij ooit druk te maken over mededingingsrecht. Net als dat ik nooit had gedacht ooit te hoeven nadenken hoe we de platformeconomie kunnen includeren in het BBP 😉 Maar toch. Mededingingsrecht is een super interessant én relevant thema. En dan vooral mededingingsrecht vraagstukken rondom de aanbieder van een platform. De klant kant heeft namelijk vaak weinig te klagen: platformen verlagen prijzen en verhogen de kwaliteit van de dienstverlening. Even los van de data vraagstukken, die komen vreemd genoeg nog niet aan bod…

Freelancers mogen zich vanuit het mededingingsrecht niet organiseren (= uitleg van niet jurist Martijn), niet over collectieve prijzen onderhandelen en ook in basis niet deelnemen in de ondernemingsraad. En dat maakt een groep ZZP aanbieders uiterst kwetsbaar en geeft veel belemmeringen om ook eigen initiatieven te starten. Een platform coöperatie waarbij freelance aanbieders zich verenigen in een coöperatie en gezamenlijk investeren in een eigen app loopt bijvoorbeeld al tegen problemen aan. Ik voorspel dat mededingingsrecht het komende jaar een flinke reputatie update gaat krijgen en een van de meest interessante onderwerpen binnen het recht gaat worden.

Natuurlijk zijn er quick fixes binnen de huidige regelgeving te bedenken. Van Slooten en Holscher presenteren in dit interessante artikel het concept van de werkerscoöperatie. Aanbieders van een platform verzamelen zich in een coöperatie en vormen zo een onafhankelijke entiteit die een tegenmacht biedt tegen het platform. Hiermee kan de coöperatie namens de werkers met het platform onderhandelen over de prijs en andere voorwaarden, gebruik maken van collectieve voordelen voor bijvoorbeeld verzekeringen en zo ook een vorm van medezeggenschap organiseren. Dit stuk is zeer lezenswaardig, maar ik zie het vooral als een conceptuele quick fix wat zeker vraagt om een experiment, maar wat we niet als een gewenst eind scenario moeten zien. Het is een pleister, maar de wond heelt niet.

Howa taxi company launches app to challenge Grab and Go-Jek in Thailand

Vanwege de hyper lokale netwerkeffecten van taxi platforms als Uber blijft de markt onrustig, ook wanneer het lijkt dat 1 dominante speler de markt voor zich heeft gewonnen. In dit artikel wordt er gesproken over het Thaise taxibedrijf Howa dat met 4.000 taxi’s de strijd aan gaat met de tech platformen Grab en Go-Jek.

Er zijn meerdere mogelijkheden om een (lokale of nationale) speler uit te dagen. Eerste is een lokale strategie waarbij de focus ligt op het starten van een alternatief in één stad. En vanaf daar kun je uitbouwen. Tweede strategie is de strategie van de niches: waar focust de bestaande marktleider zich niet of onvoldoende op? In dit voorbeeld lijken twee bestaande taxi bedrijven voor de tweede strategie te gaan: een ‘high class’ service en een service die de ‘go-to app for advanced booking (three or more hours in advance). Thus, it will start by targetting hospitals, 5-star hotels and department stores.’ Dus niet de individu, maar de business klant die regelmatig transport voor haar klanten afneemt en dit goed geregeld wil hebben. Slim. Daarnaast zit het verdienmodel van Howa anders in elkaar: in plaats van een vaste marge per transactie betaal je een fee van bijna duizend dollar (=serieus geld in Thailand) om aan te mogen sluiten en vervolgens iets meer dan 100 dollar per jaar als service fee.

Voor taxibedrijven in Nederland liggen er ook nog genoeg kansen. Amsterdam zou ik voor nu even links laten liggen, maar in andere steden moet het met de juiste strategie en marketing prima mogelijk zijn om lokaal marktleider te worden. Ik stuitte een tijd geleden op App A Cab, een taxi app die is opgezet door TCA (Amsterdam), TCU (Utrecht), RTC (Rotterdam) en Taxi Centrale Den Haag. Een app in een aparte BV, waar de eerste drie genoemde bedrijven eigenaar van is (peildatum: een jaar geleden). Deze app rekent 10% commissie. Toch lijkt het de bedrijven niet te lukken om deze app aan het grote publiek te slijten. Ik vermoed dat de focus te veel ligt op techniek (de laatste Facebook post is uit 2016, de laatste update van de app september 2018) en dat het voor de 4 partijen niet tot hun core business hoort. Er zal flink moeten worden geïnvesteerd voordat zoiets een succes kan worden.

Uber just added public transportation to its app – The Verge

“Uber customers who live in Denver may notice something strange when they open the company’s app today: a tiny train car with the word “transit” next to it, sitting atop the list of usual ride-hailing options. A quick tap produces a list of bus or train routes as well as the expected fare price and end-to-end directions.”

Het is geen geheim dat Uber als doel heeft om dé entry app te worden voor on demand transportation. Ze moeten ook wel, het huidige model met alleen taxi’s is erg kwetsbaar (switching costs voor zowel chauffeur als passagier zijn heel laag en netwerkeffecten zijn lokaal) en zal continu onder druk blijven staan. Niet een goed verhaal voor een beursgang.

Het ziet er naar uit dat Uber serieuze stappen aan het zetten is om de ambitie te verwezenlijken. Het zal nog een hele puzzel worden, want per aangeboden manier van transport (taxi, step, fiets, bus, etc.) zal het een aantal belangrijke en kostbare strategische vragen moeten beantwoorden:

  1. Zelf organiseren of anderen laten intappen;
  2. Bij zelf organiseren heb je alles zelf in de hand, bij intappen op bestaande dienstverleningen ben je kwetsbaar: je zult niet snel exclusiviteit krijgen;
  3. Bij intappen op zal de partij waar je gebruik van maakt ook niet gek zijn: die wil ook zelf het klantcontact houden en niet afhankelijk van Uber willen zijn;
  4. Veel data rondom openbaar vervoer is open data. Daarmee heb je dus geen voordeel tov concurrenten;
  5. Hoewel veel OV data openbaar is, zijn er vermoed ik maar weinig plekken op de wereld waar het voor OV heel makkelijk is om dit als derde partij af te rekenen en daarmee ook je businessmodel rond te krijgen.
  6. Bij zelf organiseren haal je best wat op je nek. Je moet bij fietsen en stepjes bijvoorbeeld zelf in de hele infrastructuur, onderhoud, etc. gaan investeren. Daarnaast hebben bijna geen steden een deelfiets/step/scooter beleid. Per stad zul je moeten gaan pionieren. Niet heel schaalbaar….

Nog genoeg vragen en weinig zekerheid. Ik ben benieuwd waar het bedrijf over 3 jaar staat.

Finding roommates for seniors – Curbed

Wat krijg je wanneer je het probleem van een vergrijzende eenzame generatie met lege kamers (kinderen zijn het huis uit, partner overleden) en onbetaalbare kamers voor studenten combineert? Nesterly: “a platform that pairs older people who have empty rooms with students looking for affordable places to stay.”

Een interessante markt: “According to one estimate, there are 5 million empty bedrooms in Ontario alone, and about 40 percent of those belong to seniors. Through senior-student matching programs, students pay affordable rents, often hundreds of dollars below market averages, in return for spending roughly five hours a week helping out around the house, whether that’s walking pets, picking up groceries, or shoveling a front walk during one of New York City’s or Toronto’s predictably lousy winters.”

Matches worden voor nu nog handmatig gemaakt en kandidaten vullen een 9 pagina lange vragenlijst in. De grote vraag is natuurlijk: is dit dan echt iets nieuws? Voor mij klinkt het als een soort van Hospes 2.0. Is het erg dat het niet echt nieuw is? Zeker niet: het kan voor beide partijen van grote waarde zijn. Het is alleen de vraag, en dat zal in de toekomst moeten blijken, of het platform een unieke extra waarde toevoegt aan een proces dat we al jaren lang kennen.

PublicSpaces: beweging tegen commerciële sociale platforms – Koneksa Mondo

Afgelopen week was ik in Arnhem voor een presentatie van Public Spaces. Marco Derksen schreef eerder een blog over dit initiatief: “Sinds dit voorjaar onderzoekt een coalitie van organisaties (van de Dutch Design Week tot VPRO en Wikimedia Netherlands) de mogelijkheden om het publieke domein in de online omgeving te versterken. Dit is volgens de betrokken organisaties nodig omdat de samenleving te afhankelijk is van commerciële sociale platforms als Facebook, Apple, Microsoft, Google en Amazon (FAMGA). De uitgangspunten en ontwikkelingen van de coalitie zijn te volgen via PublicSpaces.net, het platform van de gelijknamige, onafhankelijke stichting.”. Ik had tijdens de boekpresentatie van de Platform Society al een presentatie over het initiatief aangehoord, maar kon er nog niet echt vat op krijgen. Dinsdag dus een tweede poging. Helaas zonder succes: het bleef een abstract verhaal voor een beperkte doelgroep met beperkte ambities en een strategie waar ik mijn geld niet op zou zetten. Maar toch. Toch zitten er een aantal interessante elementen in en heb ik mijzelf gedwongen juist daarnaar te kijken.

De unieke elementen van Public Spaces

Public Spaces heeft veel partners die initiatieven met een ‘public values by design’ een flinke boost kunnen geven. Wat nu als al deze initiatieven de Facebook of de eigen inlog vervangen voor een inlog zoals Irma, een identificatie tool waar de gebruiker controle geeft welke inlog welke data kan inzien. En als je het echt over public spaces hebt, dan zouden ook (lokale) overheden zich hier bij kunnen aansluiten.

De zwakte van Public Spaces

Hoewel er veel liefde en passie achter het initiatief zit, komt het op mij nog als vrijblijvend over. En voor een selecte ‘intellectuele’ doelgroep. Wat ik mis is de actie en het concreet maken van het verhaal. Daarvoor is ook serieus geld nodig: dat geeft initiatiefnemers focus om gas te geven. Ook zou Public Spaces meer vanuit eigen kracht moeten uitgaan, niet vanuit een ‘anti’ geluid tegen de huidige spelers. Een eigen identiteit krijgen.

Hoe Public Spaces succesvol zou kunnen worden

Het idee van public spaces vindt ik super interessant. Ik zou Public Spaces meer als een aanjager en standaard / keurmerk willen zien. Goed nadenken over onder welke voorwaarden initiatieven bijdragen aan het publieke domein, zonder direct initiatieven die geld willen verdienen aan de kant te schuiven. Uiteindelijk moet iedereen zijn of haar boterham kunnen betalen. Die voorwaarden over bepaalde waarden ‘by design’ kunnen als basis (zie ook creative commons) worden gezien voor initiatieven die door de partners worden geadopteerd. Public Spaces zou een coöperatie kunnen worden waar gebruikers een stem hebben die gezamenlijk bepalen wat zij belangrijk vinden. Een ‘meta platform’ bouwen met standaarden en API’s waar anderen op in kunnen tappen. Een verbinder en accelerator voor ‘fair by design’ initiatieven.

Ik besef dat mijn gedachten nog wat vaag klinken, maar mooier dan dit kan ik het op dit moment niet maken 😉 Mogelijk kom ik er op een later moment nog op terug.

En dan dit…

Rutger Bregman – Rutger Bregman talking about taxes, taxes, taxes on CNN | Facebook

Waar Davos voorheen werd gezien als hét event waar de grote leiders mooie plannen voor de wereld maakten, merkte ik dat het sentiment naar buiten (was er zelf niet bij) een stuk anders was. Heel tof vond ik het optreden van Rutger Bregman, het kan bijna niet zo zijn dat het fragment nog niet bij je is voorbij gekomen, die heel nuchter maar treffend zei: laten we ophouden met praten over filantropie en het gesprek aangaan waar het écht over zou moeten gaan: de grote leiders die hun verantwoordelijkheid moeten gaan nemen en belasting betalen.

In de media

Bedrijven kopen hun vijf sterren online - De Standaard
Bedrijven kopen hun vijf sterren online – De Standaardwww.standaard.be

Naar aanleiding van mijn nieuwsbrief vorige week waarin ik het artikel over Glassdoor deelde werd ik door een journaliste van het Belgische De Standaard (en tevens abonnee op deze nieuwsbrief) geïnterviewd over de zin en onzin van online reputatie. Het artikel is hier te lezen in PDF.

Oude vakbond versus nieuwe economie – Elsevier Weekblad

Voor deze longread (achter een paywall….) in Elsevier kwamen de platformen die momenteel bij de vakbonden onder discussie liggen aan het woord. Ik mocht ook en kleine bijdrage doen:

Online markplaatsen op een rij: hier (ver)koop je je waar | AD
Online markplaatsen op een rij: hier (ver)koop je je waar | ADdrive.google.com

Voor het AD werd ik geïnterviewd over de opkomst van online verkoop marktplaatsen.

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail (martijn@collaborative-economy.com) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 400 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie.