Verlagen of verleggen platformen transactiekosten? | Zijn platformen inclusiever dat traditionele werkgevers? | Experimenteren: lokaal of nationaal? |

Goedemorgen! Deze week heeft mijn nieuwbrief een iets andere opzet. Waar ik normaal 5 artikelen selecteer en analyseer, heb ik voor deze week mijn 7 takeaways die ik opdeed tijdens de “Industrial Relations and Social Dialogue in the Age of the Collaborative Economy” workshop in Bonn twee weken geleden op een rijtje gezet.

Afgelopen week deelde ik ook mijn analyse van het ING rapport over de link groei platformeconomie en groei ZZP’ers op ZiPconomy. Je leest het hier terug. Volgende week weer een ‘normale’ editie, waarin ik onder andere in het KPMG rapport ‘Unlocking the value of the platform economy‘ duik.

Deze week kwam overigens ook het nieuws naar buiten dat de Tweede Kamer onderzoek wil laten doen naar de gevolgen (ik neem aan zowel positief als negatief) van de platformeconomie. Mocht een van jullie hier bij betrokken zijn: laat het even weten. Lijkt mij erg interessant om een bijdrage te leveren.

Fijne week!


Onzichtbaarheid van platformwerkers

Waar de vertegenwoordiging van zelfstandigen voor veel vakbonden een uitdaging (oké, in sommige gevallen simpelweg een gebrek aan prioriteit) is, ziet het er naar uit dat dit voor platformwerkers een nog grotere uitdaging gaat worden. Natuurlijk kennen we allemaal de rechtszaken vanuit vakbonden tegen een aantal grote platformen, maar wanneer we uitgaan van het ING rapport dat 20 tot 70 procent van het uitzendwerk over 10 jaar via een platform zal verlopen dan is het ook duidelijk dat de platformeconomie een stuk breder is dan de nu gebruikte usual suspects Uber en Deliveroo.

Uit een presentatie kwam naar voren dat er 3 uitdagingen zijn rondom de vertegenwoordiging van platformwerkers:

  1. ze worden niet gezien door vakbonden;
  2. ze zijn ‘self employed’, wat beperkingen met zich meeneemt in het vertegenwoordigen (lees ook dit stuk: ‘Deliveroo riders denied rights to collective bargaining, court told’);
  3. omdat platformwerkers in principe op verschillende platformen in verschillende sectoren aan het werk kunnen zijn, wordt vertegenwoordiging sowieso complex.

Met het stijgend aantal platformen komt ook het probleem naar voren dat we nu nog veel spreken over ’employer representation’, wat in veel gevallen is gekoppeld aan hoe de arbeidsrelatie is vormgegeven. Dit zou moeten verschuiven naar meer focus op ‘supply representation’. En dan niet alleen op platform, maar op sector niveau, aangezien aanbieders ook binnen een sector van verschillende diensten tegelijk gebruik maken.

Ook tijdens een presentatie in Bonn werd, in dit geval door een vakbond, ook de wens voor de aanpassing van de mededingingswet aangehaald: maak een uitzondering in deze wet zodat freelancers zich mogen verenigen en gezamenlijk voor hun belangen op mogen komen.

Dat het niet onmogelijk is om succesvol te lobbyen voor collectieve voorwaarden werd overigens deze week duidelijk: “Uber drivers are getting minimum-wage protection for the very first time

“The pay standard approved by the city’s Taxi and Limousine Commission aims to raise drivers’ take-home pay to $17.22 an hour, an increase of 44%. The new pay floor, which takes effect in 30 days, could raise annual wages for 70,000 professional drivers in the city by as much as $9,600.”

Experimenteren en reguleren: lokaal of nationaal?

Wanneer we het hebben over dialoog en experimenten tussen bestaande instituties en platformen, dan gebeurt dit voornamelijk op het platform en niet op sector niveau. FNV Horeca verkent de platformeconomie samen met Temper, Gemeente Amsterdam met Airbnb en Rotterdam doet interessante experimenten met free floating mobiliteit aanbieders.

Wat nogal eens ontbreekt is dat deze experimenten worden doorgepakt naar beleid waarbij het beleid niet alleen voor het desbetreffende platform, maar voor de hele sector geldt. Dit is ook voor handhaving bijvoorbeeld belangrijk: uiteindelijk is er een platform onafhankelijke handhaving strategie nodig. En moet er worden gekeken naar een landelijk beleid, waar gemeenten zelf een eigen invulling aan kunnen geven aan de hand van de lokale situatie. Hiervoor pleitte ik al eerder, o.a. in dit stuk op Gemeente.nu.

Aanbevelingen uit het onderzoek

Bekijk onderstaande de ‘ways forward and policy recommendations’ uit het onderzoek:



Zijn platformen inclusiever dat traditionele werkgevers?

Waar een traditioneel bedrijf een flink filter (je zou dit ook een bias kunnen noemen ;-)) in het aannamebeleid heeft, zie je dat de workforce van platformen in de kluseconomie (voor zover bekend) een stuk diverser is. Immers: iedereen kan zich als aanbieder aanmelden.

Hoewel iedereen zich aan kan melden, heeft ook in de platformeconomie niet iedereen gelijke kansen. Hier zijn al de nodige onderzoeken op uitgekomen. Ik merk in de praktijk dat platformen hier actie op ondernemen. Zo liet Iemand.nl, een platform dat bemiddeld in thuisschoonmakers, eerst de klant een aantal profielen zien waar deze uit kon kiezen. Toen bleek dat dit ongewenst gedrag opleverde draaide het platform het proces om: de aanvraag van de klant werd onder een groep schoonmaaksters uitgezet en degene die als eerst reageerde kreeg de klus. Nu zal discriminatie vooral voorkomen bij platformen met een geplande transactie: thuisschoonmaak, klusjes, vakantieverhuur, etc. Bij platformen met een on demand transactie waar het algoritme de match maakt (wat ook logisch is: je wil een taxi en geen lijst net 40 mogelijke chauffeurs), zal dit vermoed ik een stuk minder het geval zijn.

Uit een Deens onderzoek dat werd gepresenteerd bleek dat platformen uitblinken in het toegang geven van ‘achtergestelde’ groepen op de arbeidsmarkt: nieuwkomers, pensionado’s en mensen met een handicap. Dit zou er op kunnen wijzen dat platformen inclusiever zijn dat de traditionele werkgevers en intermediairs.

Is de platform markt ongereguleerd?

Vaak hoor je dat platformen zich in ongereguleerde markten begeven. Een onderzoeker gaf aan dat we dit toch écht anders moeten zien. “This is not an unregulated market. It is a platform regulated market.”. Dat klopt: de platformen bepalen hun eigen spelregels. Zij bepalen wie mag meedoen en onder welke regels. Daarnaast bepalen zij ook wie welke klussen krijgt en wie er wordt ‘gedeactiveerd’. Het komt zelden voor dat een aanbieder van een platform wordt afgegooid. Op het moment dat het platform vindt dat jij je niet aan de regels hebt gehouden, dan kun je worden gedeactiveerd. Dit kan een harde ‘exit’ betekenen, of dat je simpelweg geen klussen meer krijgt toebedeeld.

Ik sprak ik Bonn een koerier die in Bordeaux een vakbond had opgezet voor platformwerkers. Met als resultaat dat hij voor geen enkel platform meer aan de slag kon.

Empoweren of uitbuiten? De scheidslijn is dun.

Platformen empoweren het individu en verlagen drempels om aan de slag te kunnen gaan. Vaak zonder diploma, ervaring, etc. Maar in sommige gevallen is er een sterke mate van afhankelijkheid en is er weinig meer terug te zien van die empowerment. In onderstaand rijtje staan een aantal criteria:

[tweet https://twitter.com/martijnarets/status/1067741919416131584]

Verlagen of verleggen platformen transactiekosten?

Een van de beloftes van de platformeconomie is dat platformen transactiekosten verlagen, waardoor markten efficiënter kunnen worden georganiseerd en klussen die voorheen niet interessant waren om los te verkopen via platformen wel interessant worden.

Die transactiekosten worden verlaagd middels technologie, data, algoritmes, schaal en meer. Zo heb ik al meerdere bedrijven gesproken waarbij de kosten van een transactie via een platform op 50% liggen in vergelijking met een zelfde transactie die traditioneel is georganiseerd. En dat is flink.

Er is alleen wel een grote ‘maar’ waar ik ook tijdens dit congres nog eens goed over na ging denken. Want in hoeverre verlagen platformen transactiekosten en in hoeverre verleggen platformen transactiekosten? Dit omdat platformen ook veel werkzaamheden verleggen naar de gebruikers: vraag en aanbod. En ook het risico.

Voorbeeld: vaak wordt er een vergelijking gemaakt tussen een traditionele autoverhuurder en een peer2peer autoverhuur platform. Het platform komt er in alle voorbeelden een stuk voordeliger uit. Er is wel een maar…. Er worden namelijk veel werkzaamheden, risico’s en (verborgen) kosten verlegd naar de gebruikers: de tijd die voor de aanbieder zit in het aanmaken van het profiel, de communicatie met mogelijke huurders en de transactie van het verhuren en innemen van de auto en de afschrijving van de auto. Op het moment dat je die kosten ook mee gaat rekenen dan is het verschil in een keer een stuk minder.

Eigen publicaties

Zorgen platformen voor een explosie van het aantal ZZP'ers? | ZiPconomy
Zorgen platformen voor een explosie van het aantal ZZP'ers? | ZiPconomywww.zipconomy.nl

Mijn analyse en gedachten over het ING rapport over de link tussen groei platformeconomie en de groei van het aantal ZZP’ers welke ik hier vorige week deelde, deelde ik ook in afgeslankte vorm op ZiPconomy.

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail (martijn@collaborative-economy.com) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 400 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie.